Met een levensduur van gemiddeld 40 jaar voor dakgoten en regenpijpen en 75 jaar voor daken en gevels is Rheinzink een extreem duurzaam materiaal. De lange levensduur komt door het natuurlijke oppervlak, de patinalaag. De patinalaag is een natuurlijke en zelfherstellende laag die zich op het zink vormt. Eventuele beschadigingen – zoals krassen – verdwijnen. Na gebruik kan het materiaal volledig gerecycled worden en zonder kwaliteitsverlies weer worden hergebruikt, ook wel upcycling genoemd. Door de hoge restwaarde van zink wordt meer dan 95% van het oude zink ook werkelijk hergebruikt, wat extreem hoog is voor een bouwmateriaal.

Circa 15% van nieuw Rheinzink bestaat uit gerecycled materiaal. Dit is relatief lage aandeel en komt door het beperkte aanbod van oud zink: bouwzink gaat per slot van rekening minimaal 40 jaar mee. Een tweede reden is dat het gebruikte zink in de Rheinzink legering een zeer hoge zuiverheid (99,995%) moet hebben. Dit is vastgelegd in de Europese norm voor titaanzink (EN 988). Gerecycled zink op deze zuiverheid is niet bij ieder product nodig, dus wordt oud zink vaak in andere toepassingen gebruikt, zoals bij verzinken of in legeringen zoals messing en zamak.

Rheinzink bevat daarnaast ook voor een deel ‘pre-consumer’ afval. Dit zijn snijresten bij productie, uitval en ander restmateriaal. Ook materiaal dat overblijft na productie van maatwerk in de diverse landen waar Rheinzink verkocht wordt (zoals in Nederland) gaat terug naar de fabriek en wordt weer omgesmolten. Uiteraard mag dit materiaal geen andere materialen of vuil bevatten, zodat de legering niet wordt vervuild.

Het aandeel gerecycled materiaal in Rheinzink stijgt al jaren. Een belangrijk argument is dat de complete energiebehoefte van gerecycled zink maar 5% is van het energiegebruik van nieuw zink. Om een lagere CO2 footprint te bereiken is het gebruik van secundair zink een keuze met direct een grote impact.

Inzamelen van zink gebeurt al decennialang. Oud-metaal bedrijven nemen metalen in en sorteren deze op soort en zuiverheid. Deze bedrijven leveren dit oud metaal aan recyclingsbedrijven die het metaal omsmelten en weer leveren aan de producenten van zink, koper, lood of andere metalen. Zo is de kringloop gegarandeerd gesloten.

Rheinzink bevat daarnaast ook voor een deel ‘pre-consumer’ afval. Dit zijn snijresten bij productie, uitval en ander restmateriaal. Ook materiaal dat overblijft na productie van maatwerk in de diverse landen waar Rheinzink verkocht wordt (zoals in Nederland) gaat terug naar de fabriek en wordt weer omgesmolten. Uiteraard mag dit materiaal geen andere materialen of vuil bevatten, zodat de legering niet wordt verstoord.

Het aandeel gerecycled materiaal in Rheinzink stijgt al jaren. Een belangrijk argument is dat de complete energiebehoefte van gerecycled zink maar 5% is van het energiegebruik van nieuw zink. Om een lagere CO2 footprint te bereiken is het gebruik van secundair zink een keuze met direct een grote impact.

Inzamelen van zink gebeurt al decennialang. Oud-metaal bedrijven nemen metalen in en sorteren deze op soort en zuiverheid. Deze bedrijven leveren dit oud metaal aan recyclingsbedrijven die het metaal omsmelten en weer leveren aan de producenten van zink, koper, lood of andere metalen. Zo is de kringloop gegarandeerd gesloten.