FAQ

Heeft een vraag? Kijk dan per materiaalsoort bij de veelgestelde vragen.

RHEINZINK

Blad- en bandzink geproduceerd volgens de EN 988 is altijd voorzien van een doorlopende stempeling aan de onderzijde van het materiaal. Op de stempel staat onder andere de naam van de producent, de vestigingsplaats en het chargenummer.

Steeds meer RHEINZINK producten zijn voorzien van een ingedrukte RHEINZINK stempel, zoals de buizen en bochten. De standaard bak en mastgoten en standaard kopschotten zijn voorzien van een KOMO reliëfstempel.

 Product EN-norm KOMO-nummer BRL-nummer

RHEINZINK producten zijn vervaardigd volgens de EN-normen en KOMO keuren uit onderstaande tabel. Een KOMO productcertificaat is gebaseerd op een BRL (beoordelingsrichtlijn) en geldt als een aanscherping van de geldende EN-normering. Het KOMO keur is terug te vinden in de stempeling op de achterzijde van het materiaal.

Normen per productgroep

 RHEINZINK bladzink EN 988 K7055 BRL 2034
 RHEINZINK dakgoten en hulpstukken EN 612 K7058 BRL 2035
 RHEINZINK HWA-buizen en hulpstukken EN 612 K7064 BRL 2044
 RHEINZINK maatgoten en hulpstukken EN 612 K24406 BRL 2035

Met het aanbrengen van de CE-markering geeft de fabrikant of zijn gevolmachtigde aan dat het product aan alle van toepassing zijnde Europese regels voldoet en dat de conformiteits- of overeenstemmingsprocedures zijn voltooid. De CE-markering is voor het bevoegd gezag voldoende bewijs om aan te tonen dat met de toepassing van het product het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische eisen van Bouwbesluit 2012. Per 1 juli 2013 is naast de CE-markering ook een prestatieverklaring nodig (DoP).

De EN norm voor hemelwaterafvoer (goten en HWA-buizen, EN 612) is niet geharmoniseerd. Er is hier dus geen CE-markering van toepassing.

De EN norm voor volledige ondersteunde metalen dakbedekking (EN 14783) en voor vrijdragende metalen paneelgevels en daken (EN 14782) zijn wel geharmoniseerd, en daarom is er hier wel een CE-markering van toepassing. Dit geldt ook voor kunststof onderlagen voor daken (EN 13252).

De benaming van het zink door middel van een nummer (zink 14, zink 16), stamt uit de tijd van het pakketwalsen. Bij dit zinkproductieproces werden gegoten, dikke plakken zink, stuk voor stuk uitgewalst tot een dikte van circa 3 mm. Afhankelijk van de gewenste einddikte werden vervolgens een aantal van de platen als pakket verder uitgewalst. Van de ontstane platen werd de gemiddelde dikte bepaald. Afhankelijk van de dikte werd een diktenummer toegekend. Tegenwoordig benoemt men het materiaal naar de dikte.

Dit zijn de RHEINZINK oppervlaktevarianten walsblank (WB), blue-grey (BG) en graphite-grey (GG). Walsblank (of in het Engels: bright-rolled) is het meest gangbare materiaal, dit is het glimmende, onbehandelde zink. Blue-grey en graphite-grey zijn voorgepatineerde versies van RHEINZINK.

De maximale uitzetting van titaanzink in de lengterichting is 2,2 mm per meter bij een temperatuurverschil van 100 °C. In de breedterichting is de uitzettingscoëfficiënt 1, 7 mm per meter bij een temperatuurverschil van 100 °C.

RHEINZINK producten zijn met een levensduur van meer dan 75 jaar (bron: Studie TNO, Breda) extreem duurzaam en zijn onderhoudsvrij. Het natuurlijk gevormde patina beschermt het materiaal generaties lang.

RHEINZINK is 100% recyclebaar en kan onmiddellijk zonder tussenstappen worden hergebruikt. Aangezien de energie die nodig is voor recycling maar zo'n 5% van de primaire energiebehoefte uitmaakt en het oud metaal nu al een waarde oplopend tot 60 procent van de grondstofprijs voor zuiver zink vertegenwoordigt, is kiezen voor RHEINZINK zeker ook in het belang van de toekomstige generaties. Dankzij een hoog recyclingpercentage van meer dan 95 procent wordt een verdere reducering van de energiebehoefte voor primair materiaal bereikt. Schroot dat uit het RHEINZINK fabricageproces komt, wordt direct weer omgesmolten en gebruikt.

Water is een kostbaar goed. De toekomst van onze hele ecosysteem hangt af van de beschikbaarheid van dit natuurlijke element. Regenwater en grondwater zijn de basis voor een goed functionerend ecosysteem. Tegen deze achtergrond heeft milieuvriendelijk beheer van regenwater absolute prioriteit. In water, lucht en bodem komt een natuurlijke concentratie van zink voor. Ook regen- en drinkwater bevatten een bepaalde hoeveelheid zink. Wettelijke richtlijnen van het Ministerie van I en M geven aan dat afwatering van regenwater over zinken dakvlakken officieel als onbedenkelijk is erkend. Van een verbod is dus geen sprake, immers het hele leven is geëvolueerd in aanwezigheid van in de natuur voorkomend zink.

Witroestcorrosie is de aantasting van zink aan de buitenzijde van het materiaal,
bijvoorbeeld op deklijsten, daken en in goten. Witroestcorrosie treed met name
op bij nieuw zink dat nog geen dichte patinalaag heeft gevormd. Dit kan gebeuren doordat
er bijvoorbeeld een flinke hoeveelheid water op het zink blijft staan of als opgeslagen
zink nat geworden is (vocht tussen platen of profielen). Het gevolg is een witte aanslag
op het zink, of witroestcorrosie.

Wat te doen?
Verwijder de witte aanslag door middel van een borstel, RVS spons of met een schuurmachine. Let op: de patinalaag zal hierdoor ook verdwijnen, waardoor er een verschil in uiterlijk met het omliggende materiaal zal ontstaan. Breng daarna een tijdelijke beschermende laag aan met het
product Sweeper op het onbeschermde oppervlak

Hoe te voorkomen
Witroestcorrosie is te voorkomen door het zink bij transport en opslag te beschermen tegen regen en/of vocht en door het toe te passen onder een afschot van minimaal 3°.

Vochtigheidscorrosie ontstaat wanneer het zink aan de onderzijde voor een langere tijd blootgesteld wordt aan vocht in combinatie met hoge materiaaltemperaturen. Het ontstaan van vocht aan de onderzijde van zink kan verschillende oorzaken hebben. Het vocht kan zowel van buitenaf (door lekkage) als van binnenuit (condens) onder het zink terecht komen. Het gevolg is een witte aanslag  aan de onderzijde van het zink, die zich uitbreidt als witte plekken en na korte tijd aan het oppervlak van het zink zichtbaar wordt. Het zink lost letterlijk op.

Wat te doen?
Het zink zal vervangen moeten worden en om soortgelijke problemen in de toekomst te voorkomen zal de onderconstructie en het zinkwerk beoordeeld en verbeterd moeten worden.

Hoe te voorkomen?
Vochtigheidscorrosie wordt vaak veroorzaakt door een verkeerd uitgevoerde onderconstructie. Vaak is er geen actieve ventilatie aanwezig of ontbreekt de damp-remmende laag.

Titaanzink is zonder bezwaar te combineren met:

  • aluminium, geanodiseerd
  • bladlood
  • roestvast staal
  • verzinkt staal (let op: bij slijtage van de dunne zinklaag kan rode roest ontstaan, die afloopsporen op het zink kan veroorzaken)
  • SBS-houdende bitumineuze dakbedekking (deze dakbedekking is niet altijd voorzien van leislag, afloopsporen zijn niet uit te sluiten)

Met welke materialen is RHEINZINK niet te combineren:

  • koper; het spanningspotentiaal tussen zink en koper leidt ertoe, dat koper niet toegepast kan worden boven zink. Indien dit wel gebeurt zal het zink versneld afbreken (elektrochemische of spanningscorrosie). Voor een bliksemafleider kan het beste aluminium in plaats van koper gekozen worden.
  • onbeschermde (APP-gemodificeerde)bitumineuze dakbanen: oxidatiezuur-/bitumencorrosie door
  • aflopen van regenwater
  • afdichtingmaterialen (siliconenkit op acetoxy- of azijnzuurbasis): aantasting zink
  • verf, coatings op PVC-basis: aantasting zink
  • hout, eikenhout en Western Red Cedar: optische invloed (afloopsporen) en aantasting zink
  • houtbeschermingsmiddelen: optische invloed (afloopsporen)
  • mineralische bouwstoffen (kalk, gips, cement, mortel) in combinatie met vocht: aantasting zink
  • reinigingsmiddelen: optische invloed (afloopsporen)
  • zink onder rieten daken en oude dakpannen: aantasting zink
  • strooizout in combinatie met vocht: aantasting zink

RHEINZINK goten en andere niet-zichtvlakken kunnen tegen riet- en bitumencorrosie beschermd worden door middel van Enke Coat. Er is Enke-Coat ten behoeve van nieuw aangebracht zinkwerk of Reno-Coat ten behoeve van bestaand zinkwerk. Dit is een een-componenten verf, op basis van acrylhars, speciaal ontwikkeld voor de bescherming van zink. De garantie op de producteigenschappen is 10 jaar voor beide coatings.

Het verbruik van ENKE COAT is ongeveer 200 gram/m2
Het verbruik van ENKE RENOCOAT is ongeveer 500 gram / m2

De vervormbaarheid van RHEINZINK is onder meer afhankelijk van de materiaaltemperatuur. Al is RHEINZINK door het giet-walsproces ook bij lage temperaturen goed te verwerken, toch moet een minimale materiaaltemperatuur van 10 °C worden aangehouden. De materiaaltemperatuur kan door de inwerking van zonnestraling aanzienlijk hoger zijn dan de luchttemperatuur. Daarentegen kunnen oppervlakten die ’s nachts zijn afgekoeld, overdag nauwelijks opwarmen.

RHEINZINK producten moeten altijd droog en geventileerd worden opgeslagen. Bij opslag van coils, bladzink en voorgeprofileerd materiaal op de bouwplaats dient direct contact tussen bijvoorbeeld een nat afdekzeil en de zichtvlakken van het materiaal vermeden worden. Ook moet er voor een windvaste afdekking van materiaal op de bouwplaats gezorgd worden. De meest ideale situatie is het materiaal in een geventileerde, droge ruimte op te slaan. Mochten deze voorschriften niet opgevolgd worden dan moet rekening gehouden worden met vorming van zinkhydroxide

De volgende punten moeten vermeden worden:

  • het afdekken van coils of voorgeprofileerd materiaal zonder ventilatie
  • dauwpuntomslag
  • opslag op vochtige of natte vloer
  • transport of opslag op natte of vochtige pallets
  • te dicht op elkaar stapelen van het materiaal bij transport en opslag (ook ter vermijding van het schuren van RHEINZINK-blue-grey en graphite-grey oppervlakten)

Een goot of deklijst moet altijd een minimaal afschot van 1mm/m hebben, zodat er geen water in/op blijft staan.

Bij het verwerken van een zinken dakgoot moet rekening worden gehouden met het uitzetten en inkrimpen van het materiaal. De maximale dilatatievrije lengte van een buiten liggende dakgoot op beugels is 15 meter. Vanaf een hoek (gefixeerd punt) moet na 3 meter altijd een dilatatie toegepast worden. Bij een omtimmerde goot is de maximale dilatatievrije lengte 12 meter en moet de goot voldoende speling hebben in de houten bak.

Ook hier geldt dat vanaf 3 meter van een hoek een dilatatie moet worden toegepast. De doorvoer van het tapeind door de bodem van de houten bak moet ook voldoende ruimte hebben. De dilatatie is te realiseren door middel van het toepassen van separatieschotten of met een separatiestuk.

Bladlood

Nee. De walsrichting van het bladlood heeft geen enkele invloed op de kwaliteit van het lood.

Voor gemiddelde kwaliteitseisen worden de volgende diktes geadviseerd:

Voeglood, kozijnlood, spouwlood: Code 18
Loketten: Code 25
Vlakke toepassingen, kiezelbakken, stadsuitlopen: Code 25
Dakbedekking, goten: Code35
Nokken, topgevels: Code 25
Gevelbekleding: Code 25

Onder invloed van temperatuur verschillen zet lood uit bij warmte en krimpt deze weer bij koude. Hierdoor kan er, indien er te lange lengtes toegepast worden, scheurvorming ontstaan. Om dit te voorkomen adviseren wij om minimaal een dikte van Code 18 met een lengte van maximaal 1,5 meter toe te passen. Nog beter zijn lengtes van maximaal 1 meter. 

Door het bladlood direct na het verwerken, voor de eerste regenbui, te behandelen met patineerolie.

Patineerolie dient op dezelfde dag aangebracht te worden als het nieuwe bladlood. Het lood moet goed droog zijn, want anders kan er oxidatie onder de patineerolie ontstaan. Bij reeds gepatineerd bladlood moet de witte oxide laag met een ruwe doek verwijderd worden. Geen metalen borstel gebruiken. Ook hier moet het lood goed droog zijn.

Patineerolie is alleen geschikt voor bladlood. Voor zink of koper is geen patineerolie beschikbaar.

Met natuurazijn, verkrijgbaar bij de drogist, kunt u de reeds ontstane vlekken op het onderliggende werk weer weg poetsen.

De Voegklem borgt de loodslabben middels een RVS klemmetje muurvast in de voeg. Voorheen werd hier vaak een loodprop voor gebruikt.