SOLDEER

Onder solderen verstaat men het maken van een dichte en vaste verbinding tussen metalen door middel van een gesmolten hulpmetaal, het soldeer. De smelttemperatuur ligt steeds onder het smeltpunt van de metalen.

Zink, koper en lood in de bouw kan men uitsluitend zachtsolderen. Het is wel mogelijk om koper  te hardsolderen, maar dit is af te raden i.v.m. brandgevaar. De temperatuur van de soldeerbout voor zachtsolderen ligt rond de 250 graden Celcius.

Het soldeer wordt afgestemd op het te solderen materiaal. In de onderstaande tabel staat welk soldeer waarvoor geschikt is, en welk soldeermiddel er gebruikt moet worden.

Soldeer

Verhouding

Te solderen materiaal

Soldeermiddel

 Sn/Pb 33/67

Tin/Lood

Lood

Stearine Kaars

 Sn/Pb 40/60

Tin/Lood

Zink (vloeigrens langer)

Z-04 (walsblank zink); ZD-pro (Nature Grey-pro en Graphite grey-pro)

 Sn/Pb 50/50

Tin/Lood 

Bladkoper

Z-02 (koper)

 Sn/Pb 60/40 

Tin/Lood 

Glas in lood/ electronica  

Stearine (vloeibaar)

 Sn/Cu 97/3

Tin/Koper 

Koperen HWA/Bladkoper 

Z-02

 Sn/Ag 96,5/3,5

Tin/Zilver 

Koperen buis 

Z-02

Soldeer wordt geproduceerd volgens de EN 29453.

Om verkleuring van het gesoldeerde materiaal te voorkomen moet men de soldeervloeistof na het solderen goed verwijderen.